De eerste lockdown stelde moeilijke situaties binnen gezinnen op scherp. Daarom maakte de Vlaamse Overheid binnen het actieplan “Zorgen voor Morgen” extra middelen vrij voor crisisbegeleiding. Na een oproep ontstond in West-Vlaanderen een uniek intersectoraal team met medewerkers van enerzijds vzw Crisishulp aan Huis West-Vlaanderen (CAH) en anderzijds Viro vzw en Tordale vzw als organisaties voor mensen met een beperking.

Plots waren gezinnen alleen aangewezen op elkaar, binnen de vier muren van hun thuis, zonder steunpilaren van buitenaf. “We voelden al snel dat de coronacrisis voor een grotere nood aan crisisbegeleiding zou zorgen”, kadert Stijn Beirens van Agentschap Opgroeien. “Snel schakelen was de boodschap. Crisismeldpunten en de intersectorale netwerkstuurgroep kregen de vrijheid om zélf verwachte noden te identificeren. Opvallend is dat de behoefte aan handicapspecifieke expertise in verschillende regio’s in Vlaanderen bovendreef, vooral rond autismespectrumstoornissen (ASS). Vanuit die analyse contacteerden de crisismeldpunten mogelijke partners.”

Intersectorale wisselwerking

In West-Vlaanderen beantwoordden, naast OOOC De Zandberg vzw ook CAH, Tordale vzw en Viro vzw de oproep. “Los van onze bestaande erkenningen wilden we als organisatie meebouwen aan een antwoord op actuele noden in de wereld waarvan we deel uitmaken”, geeft Viro-directeur Koen Dalle aan. Diezelfde gedrevenheid leidde ertoe dat ook CAH en Tordale vzw een voorstel deden aan het Agentschap Opgroeien.

“Samen kwamen we tot een systeem waarbij het CAH een medewerker extra uren inschakelde, en Viro en Tordale allebei een halftijdse werkkracht vrijstelden”, zegt Pieter Vanhauwere, agogisch directeur bij Tordale vzw. “Die vorm van samenwerking haalde heel wat praktische drempels weg. Je blijft in dienst bij je eigen werkgever, maar maakt in de praktijk halftijds deel uit van het CAH-team.”

Over de belangrijkste troef van de samenwerking is iedereen het eens: de diepgaande samenwerking zorgde voor een voortdurende wisselwerking tussen beide werkvloeren. “Een crisisbegeleiding duurt vier weken, en kunnen we verlengen met nog eens twee weken. Dat is kort”, duidt CAH-verantwoordelijke Alia Sayka. “Elke crisissituatie is een kans tot verandering. De intensiteit en doelgerichtheid van onze begeleidingen zorgen ervoor dat we op korte tijd belangrijke stappen kunnen zetten. We werken heel gestructureerd en gefaseerd, met een brede waaier aan methodieken. Dat bleek erg verrijkend en leerrijk voor de collega’s uit de VAPH-sector (Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap).”

“Omgekeerd hebben wij veel geleerd van hun expertise over autismespectrumstoornissen, gedrags- en emotionele stoornissen en sociaal-emotionele ontwikkeling. Als VAPH-begeleider kijk je door een andere bril, waardoor je andere dingen ziet. Ik herinner me een crisissituatie met een puberend meisje. Normaal zouden wij in communicatie gaan met haar, afspraken maken en de ouders ondersteunen in omgaan met een rebelse puber. An, die als Viro-begeleider instapte in dit project, merkte al tijdens het eerste gesprek op dat het meisje eigenlijk een erg lage emotionele leeftijd had. Het was dus belangrijk om onze taal en de duur van onze gesprekken aan te passen om resultaat te boeken.”

Drempelverlagend

Vanuit Viro vzw stapte begeleider An Decru in het project. An werkt in het mobiele team van Viro en is begeleider bij volwassenen met een beperking of psychische kwetsbaarheid. “Voordien werkte ik jarenlang met kinderen met een verstandelijke beperking in het MultiFunctioneel Centrum (MFC) van Viro. Ik kende de sector dus wel, maar het viel me op hoeveel deuren openen voor CAH-medewerkers die een gezin in een crisissituatie begeleiden. Ik heb ontzettend veel bijgeleerd over het werkveld. Als organisaties staan we dankzij de samenwerking veel dichter bij elkaar. Voor het CAH organiseerden we al een wegwijssessie in het VAPH-landschap en haar mogelijkheden, Tordale zorgde voor een sessie over autismespectrumstoornissen bij tieners en wij een vorming over emotionele ontwikkeling. Zo trekken we de persoonlijke banden graag door naar sterke relaties tussen onze organisaties.”

Ook Stijn Beirens van het Agentschap Opgroeien hecht veel belang aan de duurzame gevolgen van de samenwerking. “De reflex om elkaar te contacteren en ondersteunen moeten we faciliteren en verankeren. De energie nodig om elkaar te vinden is veel kleiner dankzij het project. Dat moeten we vasthouden.”

Medewerkers kansen bieden

Voor Amélie de Rijcke, mobiel team-begeleider bij Tordale vzw, was het project “Zorgen voor Morgen” een ongelooflijke kans. “Ik ben met veel enthousiasme ingestapt. Het is een bijzonder leerrijke periode, maar ook heel uitdagend. In anderhalf jaar heb ik veel sneller geleerd dan tijdens alle opleidingen die ik de afgelopen tien jaar volgde. Op de CAH-werkvloer staan, de job écht uitvoeren: dat blijkt de beste leerschool. Dat ik altijd kan rekenen op een coach van het CAH is een sterke troef. Zij volgt mijn casussen mee op, reikt extra methodieken aan en is een waardevol klankbord.”

“Die ervaringen neem ik mee naar ons mobiel team. Ik heb er een nieuw denkkader bij, van waaruit ik input kan geven aan mijn collega’s binnen Tordale. Het is méér dan multidisciplinair werken, omdat je meestapt in een ander kader.”

Broodnodige versterking

Uit een rapport van het Agentschap Opgroeien van mei 2021 blijkt het succes van de extra middelen voor crisisbegeleiding. “Het project kwam op kruissnelheid na de zomer van 2020”, geeft Stijn Beirens van het Agentschap Opgroeien aan. “Tegen december hadden we in Vlaanderen al 200 jongeren en hun gezinnen bereikt. De meerwaarde blijkt zowel cijfermatig als kwalitatief. Inzetten op crisisbegeleidingen voorkomt vaak crisisverblijven en ontmijnt situaties sneller.”

Alia Sayka wijst erop dat de middelen een bestaand tekort hielpen verlichten. “In het begin van de crisis zagen we vooral gezinnen die het voordien al moeilijk hadden. Naarmate de tijd verstreek, kwamen we ook over de vloer bij gezinnen waar de uitlaatkleppen wegvielen en die zo in crisissituaties belandden. Thuiswerken of voor onbepaalde tijd in technische werkloosheid belanden, met kinderen die online les moeten volgen, hobby’s en sociale contacten die wegvallen, kleine huizen en appartementen waar je plots voortdurend samen moet zijn: dat vreet aan je draagkracht.”

“Maar de vraag naar crisisbegeleiding was ook vóór de coronacrisis al groter dan onze middelen reiken. De nood aan structurele versterking is groot. De extra uren waren meer dan welkom, maar wat na dit project? We hebben veel geleerd en waardevolle relaties uitgebouwd, maar daarmee alleen komen we er niet. “Zorgen voor Morgen” bewijst duidelijk hoe belangrijk snelle crisisbegeleiding is op het moment dat het gezin zelf de deur opent voor onze hulp. Laat het de start zijn voor structureel meer middelen, zodat we met méér gezinnen aan de slag kunnen gaan.”

Lees dit artikel ook bij INFUUS, de gazet voor de zorgprofessional.